Wat zegt de Bijbel over alcohol?

 

Zie den wijn niet aan, als hij zich rood vertoont, als hij in den beker zijn verve geeft, als hij recht opgaat; In zijn einde zal hij als een slang bijten, en steken als een adder. SPREUKEN 23:31-32

Wijn - bereiding en gebruik

Het woord 'wijn' wordt op verschillende plaatsen in de Bijbel gebruikt, maar het is niet altijd duidelijk of men daarmee een alcoholische drank bedoelt of niet. Al van oudsher was het gebruikelijk het sap van druiven uit te persen voor directe consumptie. We zien zo'n geval omschreven in GENESIS 40:11: "En Faraö's beker was in mijn hand; en ik nam die druiven, en drukte ze uit in Faraö's beker, en ik gaf den beker op Faraö's hand".

Er waren verschillende methoden om gisting van het sap te voorkomen om daarmee te verhinderen dat het alcoholisch werd. Bijvoorbeeld door de bereiding van een dikke siroop door koken, koelen, filteren en verhitten of door toevoeging van toen al bekende chemicaliën zoals zwavel (sulfer) om het sap te conserveren. Om een alcoholische drank te produceren werden de druiven in een goed geventileerde ruimte uitgeperst en het sap werd vervolgens door verscheidene stenen kuipen geleid. Gistsporen zetten zich af in het sap, en brachten het gistingsproces op gang. In principe wordt wijn tegenwoordig nog steeds op dezelfde wijze gemaakt.

Wijn wordt gemaakt door gedeeltelijke of volledige gisting van de suiker in het vruchtensap. Gist is de belangrijkste factor in dit gistingsproces. Gistcellen zijn microscopisch kleine, schimmelachtige, plantaardige organismen die veelvuldig in de natuur voorkomen. Deze gistcellen produceren een enzymensysteem, 'zymose' genoemd, dat in staat is om suiker in alcohol en CO2 te splitsen. Gistsporen die in de lucht of op de vrucht zelf aanwezig zijn brengen vanzelf gisting tot stand als ze met de opgeloste vruchtensuiker in aanraking komen; men dient de vruchten alleen maar fijn te persen om mogelijk te maken dat de gistcellen in contact komen met het sap. Commerciële wijnbereiding kan er duidelijk niet op vertrouwen aan te nemen dat er gistcellen aanwezig zijn, maar zet speciaal uitgezochte gistculturen in om een snelle en efficiënte gisting te garanderen. Normaal varieert het alcoholpercentage in wijn tussen de 6 en 14 procent, het hangt er van af wanneer het gistingsproces is onderbroken of voltooid. Belangrijk is daarbij de hoeveelheid beschikbaar zijnde vruchtensuikers die omgezet worden. Het maximale alcoholgehalte bij de wijnbereiding door gisting, kan onder ideale omstandigheden 20 procent bedragen. Deze grens kan niet overschreden worden omdat bij hogere alcoholconcentraties de gistcellen niet langer levensvatbaar zijn.

Sommigen zeggen dat men in vroegere tijden niet wist hoe men kon voorkomen dat vruchtensappen begonnen te gisten. Zij beweren dat daarom alle wijnen alcoholisch zijn. Integendeel, er is bewijs van vroegere schrijvers die de stelling ondersteunen dat non-alcoholische wijnen veelvuldig gedronken werden en dat zij soms als de beste wijn genoemd werden. In hun zorgvuldig op authenticiteit gecontroleerde 'Temperance Bible Commentary' citeren de schrijvers F.R. Lees (Ph.D.) en Dawson Burns (M.A.) citaten van Aristoteles, Herodutus, Jozephus, Pliny, Columella en andere Griekse en Romeinse schrijvers. Dit boek beschrijft tenminste 5 methodes waarmee fruit geconserveerd werd en het gisten van de sappen werd voorkomen. Één van die methodes, zoals al genoemd, was om conserverende chemicaliën toe te voegen, zoals zwavel. Een andere methode was om al het water te onttrekken en het vruchtensap in een dikke siroop om te zetten; gistcellen kunnen ook niet overleven als de suiker- concentratie hoger is dan 32 procent en daardoor wordt gisting voorkomen. Men dient het alleen te verdunnen met water om het weer om te zetten in ongefermenteerde druivensap.

Plinius, die het hele 14e boek van zijn 'Historia Naturalis' (60 n. Chr.) toewijdde aan het onderwerp wijn, ontdekte dat er 185 verschillende soorten drinkbare wijnen zijn.

De plaats van alcohol in de Schriften van het Oude Testament

Een onderzoek van de Hebreeuwse tekst laat zien dat het ene Nederlandse woord 'wijn' gebruikt wordt voor de vertaling van tientallen Hebreeuwse en Aramese woorden van verschillende betekenis. 'Wijn' kan daarom duiden op: de vrucht van een wijnstok zoals druiven; rozijnen of rozijnen koeken; vloeistoffen - dik, dun of gekookt; drank - alcoholhoudend of non-alcoholisch; wijnsoorten - zuur, zoet of azijn, betekenen. Het Hebreeuwse woord voor 'nieuwe wijn' (JESAJA 65:8) is "tirosh" terwijl voor 'sterke drank' het woord 'shekar' gebruikt wordt en 'yayin' voor 'wijn' (JESAJA 5:11). Daarom kan geen enkele bijbelse aanhaling van het woord 'wijn' correct geïnterpreteerd worden zonder in aanmerking te nemen welk specifiek Hebreeuws woord wordt gebruikt in welke context het wordt gebruikt, op welke mensen het betrekking heeft en de tijd waarnaar verwezen wordt. En zelfs dan is een eenduidige beslissing over de exacte betekenis en de bedoelde toepassing niet altijd mogelijk. Verder is het belangrijk op te merken, dat er geen echte vergelijking tussen de modernere alcoholische drank en die uit de oudheid gemaakt kan worden omdat de destillatie alcohol uit wijn enz. pas circa 1000 na Chr. begon. Wijn werd langzamerhand als een alcoholische drank gebruikelijk, terwijl de versterking van de wijn met pure alcohol ter verhoging van het alcohol gehalte pas vanaf de 18e eeuw toegepast werd. Zoals al gezegd, het natuurlijke gistingsproces overschrijdt bijna nooit de 14%, maar moderne alcoholische drank kan echter tot 50% alcohol bevatten.

Er is in het Hebreeuws geen speciaal woord dat altijd gegiste wijn betekent noch is er een woord dat altijd op Gods toestemming duidt, zij het impliciet of expliciet. Maar waar het als een 'zegening' genoemd wordt, wijst niets in de context op een alcoholische kwaliteit, - eerder het tegenovergestelde. Het woord 'yayin' verschijnt slechts tweemaal in samenhang met zegening en is dan verbonden met andere producten van het veld zoals maïs en olijven. Echter wordt 'tirosh' elf keer in dit verband gebruikt (bijv. JEREMÍA 31:12) en wordt in verbinding met voedsel ongeveer 30 keer gebruikt.

Dronkenschap met al haar gevolgen werd in het Oude Testament altijd als afschuwelijk uitgelegd: "De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtig" (SPREUKEN 20:1). Goddelijk ongenoegen is veelvuldig geassocieerd met bedwelmende drank en de gevolgen daarvan en wordt scherp veroordeeld door de profeten. (zie ook JESAJA 5:11-12; 22:13; 28:1,7-8; 56:12; JOËL 1:5; AMOS 6:6)

Kanaän was een agrarisch land met als hoofdproducten maïs, olijven en druiven en Israël zelf wordt vaak gebruikt als symbool voor Gods wijngaard.

"Want de wijngaard van den HEERE der heirscharen is het huis van Israël, en de mannen van Juda zijn een plant zijner verlustigingen..." JESAJA 5:7

Daarom is het niet verwonderlijk dat de symboliek van de wijnstok verweven is in vele van de ons zo dierbare en geestelijke passages in zowel het Oude als het Nieuwe Testament. "Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken" is daarom een betekenisvolle vergelijking voor hen wiens leven "verborgen in Christus" is. Soms beweert men daarom dat wijn (alcoholisch) gezien moet worden als één van de goede gaven Gods aan de mensheid. Hoewel het waar is dat God de wijnstok en zijn heerlijke vrucht aan de mens tot gebruik gaf, was het de mens, niet God die het gezonde sap van de druiven tot een drank maakte, de voedingswaarden er uit haalde en inplaats daarvan werd de drank rijk aan slechte invloeden op verstand en lichaam.

"Want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan..." GENESIS 8:21

Hebreeuwse woorden die de producten van de wijnstok afkeuren

De meest voorkomende woorden zijn al genoemd; 'yayin', 'shekar' en 'tirosh'.

'Yayin' wordt minstens 140 keer gebruikt. Het wordt beschouwd als een algemene benaming voor het sap van de druif die op vele manieren uitgelegd kan worden. Alleen in de samenhang van de bijbeltekst kan men zien, welke type 'wijn' bedoeld wordt. De eerste vermelding van 'yayin' is in samenhang met de zonde van Noach (GENESIS 9:21). Het is inbegrepen in de door Abel gebrachte offers, hoewel hij van de vruchten van het land offerde.

De woorden 'yayin' en 'shekar', respectievelijk vertaalt als "wijn" en "sterke drank", komen een aantel maal samen voor en betekenen dan altijd bedwelmende drank. De Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta (LXX), vertaalt deze woorden met 'oinos' en 'sikera'.

'Shekar' wordt in het Oude Testament 23 keer gebruikt, maar slechts eenmaal in het Nieuwe Testament: "...noch wijn, noch sterken drank zal hij drinken" (LUKAS 1:15).

De in het jaar 1887 gevonden Tell-Amana brieven, daterende uit circa 138O v. Chr. geven de indruk dat gerst, honing en andere vruchten voor de productie van sterke drank gebruikt werden. Volgens de Encyclopeadia Biblica garandeert de etymologie (herkomst van woorden en hun betekenis) dat 'shekar', iedere vorm van bedwelmende drank betekent, van welke bron dan ook afkomstig.

Het gebruik van wijn en sterke drank was verboden voor de priester, tijdens de heilige dienst in de Tabernakel.

"Wijn en sterken drank zult gij niet drinken, gij, noch uw zonen met u, als gij gaan zult in de tent der samenkomst, opdat gij niet sterft; het zij een eeuwige inzetting onder uw geslachten; En om onderscheid te maken tussen het heilige en tussen het onheilige, en tussen het onreine en tussen het reine." LEVITICUS 10:9-10 = EZECHIËL 44:21

De geestelijke betekenis voor het Nieuwe Testament is als volgt: door de dood van Christus is het nu mogelijk dat de Geest van God, die in de meest heilige plaats van de tabernakel en in de tempel van Jeruzalem verbleef, nu in ons lichaam gaat verblijven (HEBREEËN 10:19-20; 1 KORINTHE 3:16-17). We worden daardoor zelf tot de tempel van God:

"Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is." 1 KORINTHE 6:19

Wij, die in de vrijheid van het Nieuwe Verbond leven, geloven dat Jezus Christus door Zijn Bloed mensen "...uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie..." gekocht heeft om onze God als priesters te dienen. (OPENBARING 5:9-10) Dat priesterschap van iedere gelovige houdt in dat iedere christen in een voortdurende dienst is, die niet aan bepaalde tijden of seizoenen gebonden is. Dit betekent een volledige toewijding van het hele leven, zodat er is geen moment is waar we onderscheid maken tussen het heilige en het onheilige, het reine en het onreine. Een christen heeft een voltijdige opgave, hij is altijd in dienst!

Het derde Hebreeuwse woord dat vaak als "wijn" vertaalt is: 'tirosh'. In de Septuaginta (LXX) wordt het als "glukos" vertaald en in het huidige Nederlands als glucose, een dextrose of druivensuiker. Het wordt maar één keer in het Nieuwe Testament gebruikt, waar het in het Grieks 'gleukos' wordt genoemd en in het Nederlands met 'zoeten wijns' is vertaald (HANDELINGEN 2:13). In het Oude Testament wordt 'tirosh' ca. 37 keer gebruikt.

Een ander woord waar men op moet letten in de Hebreeuwse tekst is 'asis'. Het komt voor in JESAJA 49:26, JOËL 1:5 en AMOS 9:13 en wordt in alle gevallen vertaald als 'nieuwe wijn' of 'zoete wijn.' Uit de samenhang van de tekst kan men zien dat dit het vers sap van druiven is.

Een van de andere Hebreeuwse woorden is 'chemer' wat een dikke kleverige siroop, of schuimend sap aanduidt. Het kan alle soorten wijn aanduiden.

Het Aramese woord 'chamar' is van het Hebreeuwse 'chemer' afgeleid en het gebruik ervan komt overeen met 'yayin' en kan dus ook voor iedere vorm van wijn gebruikt worden.

'Yegev' komt zestien keer voor. Vroeger betekende het een vat of een stuk vaatwerk waarin de olijven of druiven uitgeperst worden. Later bedoelde men daarmee het gehele apparaat van de wijnpers.

Wijn in het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament komen verwijzingen voor waar duidelijk bedwelmende drank bedoeld word. Meestal in samenhang met groepen mensen die tot het christelijke geloof kwamen. Deze kwamen uit Rome, Griekenland of Klein Azië. In deze tijd waren de morele waarden laag en was de lust naar alcoholische drank buitensporig groot. In de Evangeliën zijn er maar twee verwijzingen naar bedwelmende drank; de eerste is zeker veelbetekenend. Deze komt voor aan het begin van het Lukas evangelie, tijdens de aankondiging van de aanstaande geboorte van Johannes de doper aan Zacharias.

"Want hij zal groot zijn voor den Heere; noch wijn, noch sterken drank zal hij drinken, en hij zal met den Heiligen Geest vervuld worden..." LUKAS 1:15

In de brieven wordt vaak en duidelijk naar dronkenschap gerefereerd. Paulus, de apostel van de heidenen, werd vaak met het probleem van buitensporig drankgebruik geconfronteerd; zelfs binnen de jonge christelijke gemeenten waar de bekeerlingen voornamelijk Joden uit een niet-joodse omgeving waren of heidenen die van het heidendom en hun heidense leefwijze bekeerd werden.

Bij een aantal gelegenheden moest Paulus zijn toehoorders met ondubbelzinnige woorden vermanen: "Laat ons, als in den dag, eerlijk wandelen; niet in brasserijen en dronkenschappen" (ROMEINEN 13:13). Hij waarschuwde dat één van de zonden die de mensen van het Koninkrijk Gods uitsluiten, dronkenschap is: "Dwaalt niet... noch dronkaards... zullen het Koninkrijk Gods beërven" (1 KORINTHE 6:9-10). Nog een keer wijst hij de Éfezieërs op de juiste weg: "En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest" (ÉFEZE 5:18). Ook de Galaten hadden deze waarschuwing nodig dat "...dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke... dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven" (GALATEN 5:21).

Wijn in de oorspronkelijke tekst van het Nieuwe Testament

Nieuwe wijn en nieuwe zakken

Er zijn een aantal passages in het Nieuwe Testament, waar de aard van de drank alcoholisch of niet-alcoholisch, niet expliciet genoemd wordt (MATTHÉÜS 9:17; MARKUS 2:22; LUKAS 5:37-38).

"Noch doet men nieuwen wijn in oude leder zakken; anders zo bersten de lederzakken, en de wijn wordt uitgestort, en de lederzakken verderven, maar men doet nieuwen wijn in nieuwe lederzakken, en beide te zamen worden behouden." MATTHÉÜS 9:17

De normale uitleg voor deze gelijkenis, dat zakken van nieuwe huid werden gebruikt om te verhinderen dat de zakken uitzetten door de druk van de gassen die bij gisting ontstaan, komt niet overeen met de feiten van deze zaak. Om gisting te veroorzaken werden de druiven - net zoals nu - in open vaten gedaan. De uitzettingskracht die vrijkomt bij druivensap is enorm; het sap van geperste druiven bestaat voor een-vijfde deel uit glucose. Tijdens de gisting neemt het kooldioxidegas tot wel 47 keer toe, wat ingesloten een druk van ca. 34,3 atmosfeer uitoefent. Dit komt overeen met een druk van 34,5 kg/cm². Als wijn tijdens zijn eerste gisting in een zak van een koe- of varkenshuid gegoten wordt, zou deze ook nieuwe, sterke huidzakken laten barsten, hoe nieuw of sterk ook. Dit feit was in Palestina welbekend door de eeuwen heen.

"Ziet, mijn buik is als de wijn, die niet geopend is; gelijk nieuwe lederen zakken zou hij bersten." JOB 32:19

De zakken van gedroogde huiden die in de tijd van Jezus Christus werden gebruikt waren zeer geschikt om gisting te voorkomen. Door de naden goed te dichten met pek om de lucht en de zich daarin bevindende gistsporen buiten te houden werd gisting voorkomen. Het was noodzakelijk, nieuwe, volledig schone huiden te gebruiken omdat elk achtergebleven gistdeeltje aan de binnenzijde van de oude huid al na korte tijd tot een gisting zou leiden. Genoeg om de 'nieuwe wijn' te ruïneren en de zakken te doen barsten.

'Nieuwe wijn' is hier de vertaling van de Griekse woorden 'oinos neon', dat overeenkomt met het Hebreeuwse woord "tirosh" en vers druivensap betekent. Dit alles was alom bekend bij Jezus' toehoorders en dus was het duidelijk toen Hij zei: 'Schone huid voor nieuwe wijn' Het ging niet om de kwaliteit van de wijn. Maar om de noodzakelijkheid om Zijn nieuwe leer schoon te houden van de aantastende gisting van de conservatieve en zelf-rechtvaardige Farizeeën. Een 'schone huid,' een nieuwe instelling, was noodzakelijk voor de 'nieuwe wijn' van het evangelie.

Het wonder van Kanaän

Het eerste wonder waar alleen Johannes over bericht, is de verandering van water in wijn tijdens de bruiloft in Kanaän (JOHANNES 2:1-11). Ons wordt niets verteld over de wijn soort omdat het Griekse woord 'oinos' zowel een bedwelmende als niet-bedwelmende drank kan betekenen. De Septuaginta (LXX) gebruikt zowel 'yayin' als ook 'tirosh' voor 'oinos' (wijn) en dat werd dan ook bij het in het Grieks geschreven Nieuwe Testament en de Nederlandse vertaling opgevolgd.

Deze algemene term 'oinos' komt 33 maal in het Nieuwe Testament voor. Welke soort wijn er bedoeld wordt kan alleen m.b.t. de context bepaald worden.

Jezus was geen asceet! Hij kwam opdat de mensen een vervuld leven zouden hebben. Hij wou meedoen en toevoegen aan de feestvreugde van het bruiloftsfeest, maar men kan niet aannemen dat Hij, die kwam om alle rechtvaardigheid te vervullen, 470 ltr water in alcoholische wijn veranderde, dat zou zonder twijfel levens en gezinnen ruïneren en eindeloze ellende brengen. Misschien is de verklaring dat de 'beste wijn' diegene is, die de geringste gisting heeft gehad; wat overeenstemt met de uitspraak van de geschiedschrijver Plinius.

Onze Heer kwam om de profeten te vervullen (MATTHÉÜS 5:17) en niet, om ze te weerleggen. Anders zou Hij de duidelijke waarschuwing van Habakuk hebben tegengesproken:

"Wee dien, die zijn naaste te drinken geeft, gij, die uw wijnfles daarbij voegt, en ook dronken maakt..." HÁBAKUK 2:15

Een dronkaard

Matthéüs en Lukas schrijven allebei dat Jezus door zijn vijanden aangeklaagd werd een 'dronkaard' te zijn.

"De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is..." MATTHÉÜS 11:19; LUKAS 7:34

Maar er is geen enkel bewijs naar voren gebracht, wanneer dan ook om deze beschuldiging te onderbouwen. Net zo als Jezus valselijk van godslastering werd beschuldigd en van het dreigement om de tempel te vernietigen. Johannes de Doper onthield zich als Nazireeër van alle producten van de wijnstok (NUMERI 6:2-3). Jezus stond niet onder een dergelijke verplichting maar de bewering dat Hij bedwelmende drank tot zich nam is volledig ongegrond. Zijn vijanden hadden de onthouding van Johannes de Doper bekritiseerd en waren tegenover Jezus net zo kritisch ingesteld. De enige situatie waarin men Jezus bedwelmende drank aanbood, weigerde Hij dit (MARKUS 15:23). Het was een gebruik van de welgestelde vrouwen van Jeruzalem een bedwelmende drank, gemengd met Mirre of iets anders verdovends aan de misdadiger te geven, kort voordat hij aan het kruis genageld werd. Hoewel Jezus van pijn en dorst gekweld werd toen hem deze drank werd aangeboden, nam Hij dit toch niet aan. De Verlosser moest de beker van het lijden volledig uitdrinken en Hij was vastbesloten dit te doen in volledige helderheid van geest, zonder een of ander verdovend middel te gebruiken.

Het avondmaal

"En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven. En Hij zeide tot hen...Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods." MARKUS 14:23-25; MATTHÉÜS 26:27-29; LUKAS 22:17-18; 1 KORINTHE 11:25

Het meest controversiële gebruik van het woord 'wijn' in het Nieuwe Testament draait om de elementen die onze Heer gebruikte bij de instelling van het Avondmaal. Paulus en de drie Evangelisten zijn het er over eens dat "Hij nam de beker", terwijl de Evangelisten de woorden "vrucht van de wijnstok" toevoegen.

We hebben vastgesteld dat wanneer "vrucht van de wijnstok" wordt gebruikt in het Oude Testament, 'tirosh' dan het meest gebruikelijke woord is, wat het versgeperste sap van druiven betekent. In de moderne taal betekent het woord 'wijnstok' voornamelijk 'alcoholhoudende wijn' omdat vandaag de dag druiven voornamelijk gebruikt worden om alcohol houdende drank te produceren.

Maar bijna niemand denkt aan appel- of perenwijn als men over de vrucht van de appel- of perenboom spreekt, hoewel dit net zo goed door gisting geproduceerd kan worden.

Het Paschafeest vond zes maanden na de oogst plaats, waardoor men dacht dat de beker van de Heer gegist moest zijn en daardoor alcohol moest bevatten. Maar zoals al beschreven waren er verschillende manieren om gisting te voorkomen en dus houdt dit argument geen stand. Bovendien kan men druiven bijna een jaar lang bewaren als men ze in een kelder hangt. De grotten, die zich als honingraten in de kalkrotsen van Palestina opstapelen, zijn ideale koelingruimten. Dat de Arabieren dit nog altijd doen bewijst ook Niebhur in zijn boek 'Reizen door Arabië'. Het was daardoor eenvoudig om vers bewaarde druiven te krijgen in Jezus' tijd.

Het is zeker veelbetekenend dat het woord 'wijn' (oinos) nooit gebruikt wordt door Paulus en de evangelisten als zij berichten over het avondmaal. Jezus nam het gewone voedsel van de gewone mensen, brood en vruchten van de wijnstok, heiligde die en gebruikte deze als symbolen voor Zijn leven en sterven uitgegoten voor de hele mensheid. Jezus zegt:

"Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem." JOHANNES 6:56

Het pinksterwonder

Op de Pinksterdag ontvingen de apostelen de Heilige Geest met het teken in andere tongen te spreken, en het bijeengekomen volk was zeer opgewonden (HANDELINGEN 2). Sommigen spotten: "Ze hebben teveel zoete wijn gehad" (in het Grieks: gleukos). Het Griekse woord 'gleukos' betekent (vertaald) 'nieuwe wijn'. Het is de enige keer dat dit woord in het Nieuwe Testament gebruikt wordt. Wij hebben al gezien dat het woord 'tirosh' in de Griekse vertaling van het Oude Testament (Septuaginta) ongegist vers druivensap betekent en altijd als 'gleukos' in het Grieks vertaald werd.

De in deze tijd in Jeruzalem aanwezige buitenlandse Joden verstonden deze gebeden en waren verbaasd. Ze erkenden dat dit een wonder was.

Maar de anderen begrepen niet dat het een wonder was, omdat ze geen van de nieuwe talen kenden. In hun oren waren het onbegrijpelijke en onzinnige klanken. Hun reactie was spottend. Zij spotten omdat de discipelen van Jezus zich als dronkaards gedroegen, hoewel iedereen wist dat ze alleen maar druivensap dronken.

Petrus legde duidelijk uit dat het een geestelijke extase was en dat het niet werd veroorzaakt door het nuttigen van alcohol.

Het was bekend dat als de Joden wijn dronken, zij dit alleen bij het avondeten deden en niet al om 9.00 uur 's morgens (het derde uur). Zoals we al gezien hebben is het Griekse woord voor 'nieuwe wijn' 'gleukos'. De overeenkomst met het woord glucose valt niet te ontkennen.

Een weinig wijn om uw maag te sparen

"Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden." 1 TIMÓTHEÜS 5:23

In de Griekse oorspronkelijke tekst wordt het woord 'oinos' gebruikt en kan zowel gegist als ongegist druivensap betekenen.

De pijn verzachtende eigenschap van druivensap was alom bekend in Palestina en het werd ook gebruikt om maagpijn tegen te gaan. Om deze redenen heeft Paulus het gebruik van druivensap aan Timótheüs aanbevolen. Athenaeus (280 na Chr.) kwam met de informatie dat er een 'wijn' was speciaal voor maagklachten. Hij geeft het recept - "Men neme gleukos, met water vermengd of opgewarmd, in het bijzonder die men 'protropos' noemt, wat zeer goed voor de maag is." Dit wordt ook bevestigd door meerdere medische ontdekkingen over negatieve uitwerkingen van alcohol bij maagstoornissen. Alcohol levert weliswaar calorieën, doch geen proteïne, mineralen of vitaminen en kan ernstige schade veroorzaken aan de hersencellen, de lever en andere organen in het lichaam.

Drie woorden van Paulus

In de eerste brief aan de Thessalonicenzen schrijft Paulus:

"Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn. Want die slapen, slapen des nachts, en die dronken zijn, zijn des nachts dronken. Maar wij, die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn..." 1 THESSALONICENSEN 5:8

Omdat het Griekse woord voor nuchter 'nepho,' en afleidingen hiervan herhaaldelijk in de brieven opduiken, moeten wij haar betekenis onderzoeken. Het wordt in 1 KORINTHE 15:34 gebruikt: "Waakt op rechtvaardiglijk, en zondigt niet...".

In 1 TIMÓTHEÜS 3:2,3 en 8 is geschreven: "Een opziener dan moet onberispelijk zijn... matig... niet genegen tot den wijn" (nephalion, sophrona, me paraoinon). Letterlijk vertaald betekend dit dat hij geheelonthouder moet zijn, met zelfdiscipline, die de wijn niet aanraakt. Paulus gaat verder en geeft hetzelfde advies aan de mannelijke en vrouwelijke diakonen. In de brief aan Titus wordt de opziener weer vermaand "...niet genegen tot den wijn" te zijn, de ouderen zouden zich van wijn onthouden en de vrouwen zullen niet aan wijn overgeleverd zijn (In het Grieks: 'geheelonthouder').

* * *

Als men al de uitspraken uit de Bijbel over 'alcohol' in overweging neemt, dan zal men erkennen dat God ook tegen 'matig' gebruik van drank is, om zodoende zijn volk voor schadelijke invloeden te onthouden.

Het is interessant dat de nieuwste medische ontdekkingen exact met de bijbelse standpunten overeenstemmen.

"Bij een volwassene worden door een keer volledig dronken te zijn tot 7 miljoen hersencellen, voor altijd vernietigd."

Prof. Dr. Gustaf Schimert, (Cardiologie vakblad, 1984)

"Alcohol vernietigt altijd hersencellen; ook als men het in kleine hoeveelheden tot zich neemt."

Dr. Med. A. Sequeira (Med. Vakblad, 1984).

"Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont? Zo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God schenden; want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt." 1 KORINTHE 3:16-17

Overgenomen uit het boek: "Alcohol and the Scriptures" van Edith A. Kerr, Temperance Committee of the Presbyterian Church of Victoria, Melbourne 1966.