Vruchten en gaven van de Heilige Geest

 

Het is essentieel om het fundamentele verschil tussen deze beide uitdrukkingen duidelijk te begrijpen. 'Vrucht' is het natuurlijke resultaat van een innerlijk levensprincipe door een proces van voortdurende groei. 'Vrucht' heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen en komt tot rijpheid door vele externe factoren, zoals water, licht, zon enz.

"Gaven" daarentegen kunnen komen door het vrijgevig handelen van een schenker. Ze worden gewoonlijk in een volkomen conditie gevonden, hoewel het gebruik ervan door de ontvanger in de loop van de tijd nog volkomener kan worden, bijv. wanneer iemand een fototoestel als geschenk ontvangt. De kern van onze huidige waarneming is, dat 'vrucht' geleidelijk van binnen komt, terwijl 'gaven' in één keer van buitenaf komen. Dit is alleen maar een grove definitie, maar helpt het onderscheid te verduidelijken dat tussen de beide begrippen gemaakt moet worden.

De vrucht van de Geest blijkt daarom de uiting en het resultaat van een godvruchtig leven te zijn, dat de gelovige bij zijn wedergeboorte ontvangen heeft. De vrucht vertoont zich bijna onmiddellijk in bepaalde karakteristieken, maar meestal komt het geleidelijk aan door het proces van 'groeien in genade'. Zijn ontwikkeling wordt door externe middelen bevorderd, zoals christelijke gemeenschap, geestelijke dienst, externe omstandigheden, maar vooral door de vereniging van de ziel met God. Deze 'vrucht' heeft tijdens de hele periode van het christenleven het vermogen om te groeien, en vanuit dit oogpunt gezien moet er een constante groei in heiligheid plaats vinden.

De gaven van de Geest daarentegen kunnen plotseling verleend worden in ieder stadium van het leven van een gelovige. Het Nieuwe Testament toont duidelijk, dat aan sommige gelovigen een gave werd geschonken toen ze voor het eerst de Heilige Geest ontvingen. Andere gaven werden op verschillende keerpunten van de christelijke wandel verleend (bijv. 1 TIMÓTHEÜS 4:14 - hoogstwaarschijnlijk naar aanleiding van de roeping van Timóteüs voor de geestelijke dienst - HANDELINGEN 16:1-3). Nogmaals, andere gaven mochten te allen tijde begeerd en gevraagd worden (1 KORINTHE 12:31 en 1 KORINTHE 14:13).

De belofte van de gaven van de Heilige Geest schijnt dus onafhankelijk te zijn van de rijpheid van de gelovige in de 'groei van genade', natuurlijk onder voorwaarde, dat de Heer de betroffene daarvoor waardig acht. Ze komen in eerste instantie niet voort uit het inwendige leven, maar zijn de soevereine daden van een grote Gever.

Liefde is geen geestelijke 'gave'

De eerste en grootste 'vrucht' van de Geest is liefde. Deze goddelijke liefde die zich manifesteert in een leven dat geheel aan de Geest van Christus is overgegeven, is zo wonderlijk, dat we de indruk krijgen dat Paulus de ideale christen beschrijft waanneer hij als lofprijs hieraan een heel hoofdstuk (1 KORINTHE 13) wijdt.

We willen volkomen duidelijk zijn over het feit dat liefde eerder een 'vrucht' is dan een 'gave'. In 1 KORINTHE 14:1 wordt ze gescheiden van de geestelijke gaven. Het is beslist onbijbels om te zeggen: "Ik zoek de liefde, de grootste van alle gaven." Velen zeggen het zo, maar de liefde is onder de negen gaven van de Geest niet genoemd 1 KORINTE 12:8-11. Inplaats van te verwachten dat het in 1 KORINTHE 13 beschreven karakter, plotseling en volledig ontwikkeld in het hart valt als een volkomen gave van God, moeten we veeleer inzien, dat het de vrucht is van de uitwerking van een goddelijk principe van binnenin. Het wordt op geen andere manier tot volkomenheid gebracht dan door een leven van intieme gemeenschap met de Heer.

Het is belangrijk twee feiten met betrekking tot de relatie tussen 'gaven' en 'vrucht' te onderkennen:

a) In 1 KORINTHE 12:8-11 zijn negen gaven genoemd en in GALATEN 5:22 negen soorten van vrucht.

b) Het grote hoofdstuk over de liefde (1 KORINTHE 13) is ingeplant tussen de twee belangrijkste hoofdstukken over de geestelijke gaven en vormt een belangrijk bestanddeel van het daar behandelde onderwerp.

Het eerste punt leert ons, dat gaven en vrucht met elkaar in evenwicht moeten zijn. Het tweede feit laat zien, dat ze nauw met elkaar verbonden zijn. Wanneer de apostel schrijft: "Doch ijvert naar de beste gaven; en ik wijs u een weg, die nog uitnemender is." (1 KORINTHE 12:31), wil hij daarmee niet zeggen, dat we de geestelijke gaven moeten verwaarlozen. Hij vermaant ons tot het creëren van een evenwicht en corrigeert geestelijke waarden. Het grootste van alles is de toenemende gelijkheid aan Christus, en het is een grote fout, om te denken, dat de 'gaven' de plaats van de 'vrucht' kunnen innemen

Geestelijke gaven zonder liefde zijn waardeloos

Paulus zet dit in de eerste verzen van 1 KORINTHE 13 met ongekende nadruk uiteen. Hij beschrijft de geestelijke gaven in hun hoogste vorm - en vernietigd dan het gehele beeld in één slag! De gaven van het spreken in tongen, profetieën, kennis of geloof, ze komen allen in gelijke mate onder zijn tuchtroede. De hele uiteenzetting draait om diegenen, die deze gaven gebruikten en geen liefde hadden. Het is een heel fantastisch gedeelte. Zonder twijfel moet dit van zeer groot belang zijn voor allen, die de ervaring van Pinksteren zelf hebben ondervonden.

door Donald Gee
Bron: “Concerning Spiritual Gifts”, Gospel Publishing House, Springfield, Missouri, USA
Vertaald uit het Duitse: "Geistesfrucht und Geistesgaben"