Rentmeesterschap

Een Bijbelstudie, speciaal voor het gebruik door een huis-celgroep of een individu thuis

Rentmeesterschap is een ondergewaardeerd onderwerp dat essentieel is voor de christelijke groei en volwassenheid. Het is hoog tijd voor ons allen als christenen om in te zien dat ECHTE BLIJDSCHAP en ECHTE VREUGDE alleen gevonden kunnen worden door het KENNEN van en het GEHOORZAMEN aan GODS WOORD. Het begrijpen van Gods Woord opent een wereld van verantwoordelijkheden voor ons.

Als we dit onderwerp bekijken, moeten we ons realiseren dat het onze hele levenshouding beïnvloedt, op elk gebied: In het GEZINSLEVEN, het ARBEIDSLEVEN en in ons KERKELIJK LEVEN. Laten we beginnen met ons af te vragen:-

Wat is rentmeesterschap?

De definitie die in de meeste bijbelse woordenboeken wordt gegeven is, dat het de gewoonte is van het systematisch en evenredig geven van tijd, bekwaamheden en materiële bezittingen, gebaseerd op de overtuiging dat deze door God aan ons zijn toevertrouwd om in Zijn dienst en voor Zijn Koninkrijk te gebruiken.

Een andere definitie is: dat het een manier van leven is. De afspiegeling van Gods eigendom op iemands persoon, iemands krachten, iemands bezittingen en het getrouwe gebruik hiervan om Gods Koninkrijk in deze wereld uit te breiden. Om de definities duide-lijker te kunnen zien moeten we het verschil nader bekijken tussen eigendomsrecht en rentmeesterschap.

a) Eigendomsrecht

God is de eigenaar van alle dingen. Zie de volgende schriften:

"...Die hemel en aarde bezit!" GENESIS 14:19-22.

"De aarde is des HEEREN mitsgaders haar volheid, de wereld, en die daarin wonen" PSALM 24:1.

"De hemel is Uwe, ook is de aarde Uwe; de wereld en haar volheid, die hebt Gij gegrond" PSALM 89:12.

b) Rentmeesterschap

Wij zijn geen eigenaren maar RENTMEESTERS, VERANTWOORDELIJK en REKENSCHAP afleggende. Hier zijn twee verhalen over het afleggen van REKENSCHAP:

MATTHÉÜS 25:14-30: De gelijkenis van de talenten - de man die niets deed met zijn talent. HIJ WERD VEROORDEELD.

LUKAS 19:11-26: De gelijkenis van de ponden. Iedereen was verantwoordelijk voor datgene wat hem toevertrouwd was, om het op een wijze en rendabele manier te gebruiken.

God is de eigenaar, die aan ons bepaalde dingen heeft toevertrouwd, om te gebruiken tot vergroting van Zijn Koninkrijk. Wij moeten rekenschap afleggen aan God voor onze houding tot, en het gebruik van, wat Hij ons gegeven heeft. Dus stellen wij de vraag:

Wat heeft God aan ons toevertrouwd?

God heeft aan ons toevertrouwd, om te gebruiken voor Zijn eer en ter uitbreiding van Zijn Koninkrijk:

a) LEVEN. (Wat je hebt ontvangen).

God schiep de mens (GENESIS 1:27-28). Hij (God) heeft aan alles leven en adem gegeven (HANDELINGEN 17:25). Het leven is een geschenk dat we niet mogen verspillen.

b) TIJD. (Die je is toebedeeld).

De luie, tijd verspillende man kan armoede verwachten (SPREUKEN 24:30-34). "Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen" (PSALM 90:12). Tijd waarvoor God ons rekenschap zal vragen.

c) BEZITTINGEN. (Wat jou is toevertrouwd om voor Gods eer te gebruiken).

Verzamelt u geen schatten op aarde. (MATTHÉÜS 6:19-21) De gedachte is hier niet, om het hebben van bezittingen, maar om deze te gebruiken voor het Koninkrijk van God (Zie ook KOLOSSENZEN 3:1-2).

d) FINANCIËN. (Waar je voor werkt).

Het voorbeeld voor geven "naar dat hij welvaren verkregen heeft" (1 KORINTHE 16:1-2).

Laten we nu eens verder kijken:-

Wat maakt ons een goede rentmeester?

Waar kijkt God naar bij rentmeesterschap, en denk eraan dat het ook ons kerkelijk leven beïnvloedt.

a) BETROUWBAARHEID. "dat elk getrouw bevonde worde" (1 KORINTHE 4:1-2). We moeten betrouwbaar zijn voor God, voor de mensen en voor de kerk. Wij moeten de uitwerkingen van het evangelie bewijzen door onze trouw daaraan. We moeten betrouwbaar zijn.

b) BEREIDHEID OM GELEERD TE WORDEN. De schrijver van de psalmen zegt: "HEERE! leer mij Uw weg, en leid mij in het rechte pad" (PSALM 27:11). EEN EIGENWIJZE HOUDING zou nooit gezien mogen worden bij hen die rentmeesters van God zijn. De kenmerken van mannen of vrouwen die goede rentmeesters willen zijn is dat ze voortdurend geleerd willen worden. Zij hebben ook een...

c) VERLANGEN OM TE BEDIENEN. "...dient elkander door de liefde" (GALATEN 5:13). "...met eer den een den ander voorgaande" (ROMEINEN 12:10). Als we op een bepaald gebied tekort schieten dan is dat verantwoordelijk zijn voor elkaar. We geven om diegenen in onze onmiddellijke omgeving of om onze eigen vriendenkring, maar als er hulp en belangstelling voor daarbuiten wordt gevraagd weifelen we. Oh te dienen zoals Christus bediend heeft! Het hart van Christus was dat van een dienaar: LUKAS 22:27.

d) DE BEREIDHEID OM TE GEVEN. "Geeft, en u zal gegeven worden" (LUKAS 6:38). Als we ons losjes vasthouden aan onze bezittingen; als we ons realiseren dat we niets van wat wij hebben ook werkelijk bezitten; zullen we losjes vasthouden aan alles. Het is nodig dat we bereid zijn van ons leven, onze tijd, talenten, bezittingen en financiën te geven. Hoe meer we aan God geven, hoe meer we terugkrijgen.

TENSLOTTE, laten we eens kijken naar:

De verantwoordelijkheden van rentmeesters (LUKAS 16:1-13)

Wij worden ingeleid tot dit rentmeesterschap in:

V.1 Toen hij werd beschuldigd dat hij de meesters "...zijn goederen doorbracht".

V.2 Hem werd geboden om verantwoording af te leggen. "Geef rekenschap" betekent dat we niet onverschillig door het leven moeten gaan en onbezorgd zijn over wat God denkt van onze manier van leven. Het betekent ook dat we de gaven en talenten moeten gebruiken, die Hij ons gegeven heeft.

V.3 Wij de mogelijkheid zien dat we de dingen kunnen verliezen die ons gegeven zijn.

"Geef rekenschap van uw rentmeesterschap" LUKAS 16:2.

Hoe we behoren te leven: 1 PETRUS 4:7-11.

We zullen rekenschap af moeten leggen: ROMEINEN 14:12.

In ons christelijke leven is geen plaats voor een "leef-zoals-je-zelf-wil instelling". Wij zijn aan God verschuldigd te leven zoals Hij dat wil. God, laat ons goede rentmeesters zijn over die dingen die U ons toevertrouwd heeft.

door: John King (Nuneaton)
Bron: "Redemption Tidings" (maart 1984)