Kracht vanuit den hoge

 

De Raad verlangde van mij meer te zeggen over dit onderwerp. Consequent nam ik, op de dag des Heren, als onderwerp voor mijn preek, de stelling van Christus dat de Vader meer gewillig is de Heilige Geest te geven aan diegenen die Hem daarom vragen, dan dat wij goede gaven geven aan onze kinderen.

  1. Ik zei: Deze tekst vertelt ons dat het zo ongelofelijk eenvoudig is om de Heilige Geest of deze schenking van de kracht van de Heer te verkrijgen.
  2. Dat dit tot een onderwerp van constant gebed is gemaakt. Iedereen bidt hier herhaaldelijk voor, en toch, met al deze voorbede, hoe weinige zijn er in verhouding werkelijk bekleed met deze kracht vanuit den hoge! Aan deze behoefte wordt niet voldaan. Het gemis aan kracht is een onderwerp van voortdurend klagen. Christus zegt; "een iegelijk die vraagt zal ontvangen", maar er is zeker een "grote kloof" tussen het vragen en ontvangen wat een groot struikelblok is voor velen. Hoe dan is deze tegenstrijdigheid te verklaren? Vervolgens liet ik zien waarom deze 'gave' niet ontvangen wordt. Ik zei:
    1. Wij zijn niet gewillig, over het geheel genomen, om te ontvangen wat wij verlangen en vragen.
    2. God heeft ons duidelijk gewaarschuwd dat, als wij ongerechtigheid in onze harten bewaren, Hij ons niet zal verhoren. Maar de vrager is vaak gemakzuchtig. Dit is onrecht en God zal hem niet verhoren.
    3. Hij is onbarmhartig.
    4. Kritiserend.
    5. Op zichzelf vertrouwend.
    6. Weerstaat de veroordeling van zonden.
    7. Weigert te bekennen aan alle betrokken partijen.
    8. Weigert vergoeding aan benadeelde partijen.
    9. Hij is bevooroordeeld en niet oprecht.
    10. Hij is haatdragend.
    11. Heeft een wraakzuchtige geest.
    12. Heeft een wereldse ambitie.
    13. Hij heeft compromissen gesloten in sommige punten en is oneerlijk geworden, negeert en wijst verdere opheldering af.
    14. Hij is egoïstisch met betrekking tot zijn geloofsstroming.
    15. Egoïstisch ten opzichte van zijn eigen gemeente.
    16. Hij weerstaat de leer van de Heilige Geest.
    17. Hij bedroeft de Heilige Geest door onenigheid.
    18. Hij dooft de Geest door te volharden in het rechtvaardigen van wat fout is. 
    19. Hij bedroeft Hem door een gebrek aan waakzaamheid.
    20. Hij weerstaat Hem door het toegeven aan een slecht humeur.
    21. Ook door oneerlijkheid in zaken.
    22. Ook door traagheid en ongeduldigheid in het wachten voor de Heer.
    23. Door vele vormen van zelfzucht.
    24. Door nalatigheid in zaken, in studie, in gebed.
    25. Door te veel te ondernemen, te veel studie en te weinig gebed.
    26. Door een gebrek aan algehele toewijding.
    27. Als laatste en belangrijkste, door ongeloof. Hij bidt voor deze gave zonder de verwachting het te ontvangen. "Die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt." Dit dan is de grootste zonde van alle. Wat een belediging, wat een godslastering om God te beschuldigen van liegen!

Ik was genoodzaakt om te concluderen dat deze en andere vormen van het toegeven aan zonden, verklaarden waarom zo weinig wordt ontvangen, terwijl zoveel wordt gevraagd. Ik zei dat ik geen tijd had om de andere kant te presenteren. Sommigen van de broeders vroegen achteraf, "Wat is die andere kant?" De andere kant vertegenwoordigt de zekerheid dat we de belofte van de kracht vanuit den hoge zullen ontvangen, en succesvol zullen zijn in het winnen van zielen als we hierom vragen en de duidelijk geopenbaarde condities van overwinnend gebed vervullen.

Let op, wat ik zei op de dag des Heren ging over hetzelfde onderwerp en was een aanvulling op wat ik voordien heb gezegd. Het misverstand waar dit op zinspeelt is: Als we eerst van al deze vormen van zonden afkomen die ons verhinderen deze bekleding met kracht te ontvangen, hebben we dan al niet de zegening verkregen? Wat hebben we nog meer nodig? Antwoord: Er is een groot verschil tussen de vrede en de kracht van de Heilige Geest in de ziel. De discipelen waren christenen voor de Dag van Pinksteren en hadden als zodanig in een bepaalde mate de Heilige Geest. Zij moeten de vrede van de vergeving van zonden gehad hebben en een gevoel van rechtvaardiging, maar hadden niet de bekleding van de kracht, nodig voor het volbrengen van het werk, dat hun was opgedragen. Zij hadden de vrede welke Christus hun heeft gegeven, maar niet de kracht die Hij hun beloofd had. Dit kan zo zijn voor alle christenen, en juist hier is, denk ik, de grote fout van de kerk en haar bediening. Zij berusten in bekering en zoeken niet verder totdat zij de bekleding van de kracht vanuit den hoge hebben verkregen. Vandaar dat zoveel professoren geen kracht hebben met God of met de mens. Zij zegevieren bij geen van beide. Zij houden vast aan de hoop op Christus en betreden zelfs hun bediening, maar zien de terechtwijzing over het hoofd om te wachten totdat zij bekleed zijn met de kracht vanuit den hoge. Maar laat iemand al zijn tienden en offergaven in Gods schatkamer brengen, laat hem alles op het altaar leggen en God hiermee testen, en hij zal merken dat God "u dan niet opendoen zal de vensteren des hemels, en u zegen afgieten zodat er geen schuren genoeg wezen zullen."

door Charles G.Finney
Bron: Revival Movement Association, "Power From on High"