Het perfecte plan van verlossing

 

Er is geen grootser plan dan het plan van onze verlossing. God wist dat de mensen die Hij geschapen had, zouden zondigen en daarom maakte Hij het mogelijk voor hen, door het offeren van Zijn zoon, verlost te worden. "Toen de tijd vervuld was" kwam de verlosser. Hij was een onbekende man uit Nazareth, maar voldeed aan de beschrijving die de profeet Jesaja 550 jaar tevoren had gegeven.

Dr. Joseph Parker zei het als volgt: "Er is geen man in de geschiedenis, behalve één, die dit hoofdstuk (JESAJA 53) in al zijn verzen, zinnen en woorden kan vervullen. Zo nu en dan kan er een man geweest zijn, die een woord, een aspect of een punt vervulde. Maar is er ooit een man geweest die van het hele hoofdstuk zeggen kon: "Dat slaat op mij?" Toch is er een man in de geschiedenis waarop dit alles van toepassing is. Hij alleen is de totale vervulling van deze wonderbaarlijke voorspellingen." De Heilige Geest leidde de Ethiopische kanselier naar dit hoofdstuk in het Oude Testament als een basis voor geloof. En Filippus "deed zijn mond open en beginnende van diezelfde Schrift, verkondigde hem Jezus" (HANDELINGEN 8:35). Hij is de enige mens die alles vervult. Plaats de naam van Jezus in JESAJA 53 en het hoofdstuk leest zich als in de tegenwoordige tijd. Zijn naam neemt alle twijfel weg. Er ontwikkelt zich een duidelijk beeld.

Een plaatsvervangend offer

"Wie heeft onze prediking geloofd?" vroeg de profeet. "Alle dingen zijn mogelijk degene, die gelooft". Dat is de wet van de hemel. Vervulde Jezus de profetieën of vervulde Hij ze niet? Dat moet jij beslissen. Waarom is er zoveel ongeloof? Ligt het aan de stijl van het bericht? "Want Hij is als een rijstje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit dorre aarde". Hij kwam als een kind en groeide op als tiener. Wat verwachtten de Joden?

Er werd in Israël weinig aandacht geschonken aan het probleem van de zonde. Alleen enkelen, zoals Simeon en Hanna, wachtten op iemand die de mensen van hun zonden zou verlossen. De Joodse leiders concentreerden zich op de politieke problemen. Er werd meer aandacht besteed aan de Romeinse slavernij dan aan satan. Zij wilden een triomferende heerser, geen lijdende Heiland. Nederigheid kwam niet overeen met de stemming van de Farizeeërs en Sadduceeën. Zij dachten aan een Super-David. Zij wilden een leeuw en geen lam.

De bodem was "dor". Israël leed aan geestelijke onvruchtbaarheid. Alle evangelisatie was onderdrukt. Het Sadduceese liberalisme en het Herodische materialisme waren wijd verbreid. De religie was dor, zwak en hopeloos. Het was een tijd van geestelijke zwakte.

Het bericht zegt verder: "Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben". Zij hadden het nieuws ontvangen maar ze zeiden: "Kan uit Názareth iets goeds zijn?" (JOHANNES 1:47).

Een criticus beklaagde zich: "Gij hebt nog geen vijftig jaren ..." (JOHANNES 8:57). Feitelijk was Hij dichter bij de dertig, maar in werkelijkheid zag hij er ouder uit. Waarom? Was het vanwege de last die Hij voor jou en mij droeg? Was die te zien in Zijn aangezicht?

"Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten en verzocht in krankheid". Pilatus gaf hen de keus. Zei zeiden: "Niet Dezen, maar Bar-abbas!" (JOHANNES 18:40). Zij kozen liever het uitschot, dan de Zoon des Mensen.

"Neem weg", schreeuwden ze. "Wij willen niet dat deze man ons regeert!" Zij konden Hem niet gebruiken. Zij wendden zich af van Zijn wonderen, Zijn geboden en Zijn Liefde voor hen. Zo werd Hij tot "een Man van smarten en verzocht in krankheid".

Hij was geen man vol met zorgen. God zalfde Hem met "olie der vreugde" (HEBREEËN 1:9). Maar Hij kende de diepten van het menselijke lijden. Hij ging naar gekwelde mensen toe en ontmoette hen op het laagste niveau. Hij verdroeg honger, spanningen, eenzaamheid, verzoeking, verwensingen, verraad, beschuldigingen en de dood. Hij kende de kommer en de zorgen van de mensen zoals de high society in Jeruzalem ze nooit zou kennen. Misschien was het ergste aan zijn kwelling wel dat: "... een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht".

Maar Hij deed dit alles voor ons. "Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen". Hij heeft zich zelfs met mij geïdentificeerd. Hij kende mijn vlees. Hij at met "zondaren." Hij kende de dagelijkse inspanningen van het werkende volk. Zing en geloof het: "Jezus weet alles over ons dagelijks gevecht..."

God zij dank, "... wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder de zonde" (HEBREEËN 4:15). Jezus verbergt zich niet achter een priesterschap. Hij begeleidt jou op de weg.

"Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld". Hij was een verzoenoffer en geen slachtoffer van de omstandigheden.

Iemand die niets van de verlossing weet zou kunnen vragen: "Wie doodde Jezus?" Pilatus was erbij betrokken. Hij probeerde elke politieke mogelijkheid te benutten om zich erbuiten te houden. Uiteindelijk was hij toch van Caesar afhankelijk en "gaf hij Hem over om gekruisigd te worden" (MATTHÉÜS 27:26).

Soldaten waren er net zo bij betrokken, maar Jezus bad voor hen: "Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen ..." (LUKAS 23:34). De Joden hadden er ook deel aan. Zij drongen aan op deze krankzinnige daad. Zij eisten de dood van de "Vorst des levens". Satan was er ook bij betrokken, want de Heer zei tot de slang: "... gij zult het de verzenen vermorzelen" (GENESIS 3:15).

Maar Jesaja zegt dat God Hem gedood heeft. Hij was "... van God geslagen en verdrukt ... Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt". De kruisiging was de vervulling van de wens van God en Zijn bedoeling. God "gaf:" Zijn Zoon (JOHANNES 3:16). Het was een vooropgezet plan.

"De HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen." Let op het woord "aller". Het is een woord van triomf. Het opent elke gevangenisdeur. Het is een uitgang uit het huis van gevangenschap en een ingang in het koninkrijk van God.

Een vrijwillig offer

"Toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open ..."

Zijn zwijgen was opmerkelijk. Het verwarde Zijn vijanden. Toen Hij door de stadhouder aangeklaagd werd, "... antwoordde Hij niets" (MATTHÉÜS 27:12). "Als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open". Hij liet geen weerstand zien en stond dit ook niet toe. Zijn offer zou onterecht en onwaardig zijn als het anders gelopen zou zijn.

Hij zei niets tegen de hoge raad totdat de hogepriester Hem uitdaagde met de plechtigste eed van alle: "Ik bezweer U bij den levenden God ...". Hij zei niets tegen Pilatus totdat zijn aanhoudende zwijgen als een leugen of een verloochening van Zijn Koningschap zou kunnen worden uitgelegd. Hij zei niets tegen Herodes. Herodes had geen recht om vragen te stellen. Hij wilde alleen maar vermaak. Daarom kreeg hij geen antwoord.

Jezus nam de "beker" aan (MATTHÉÜS 26:39,42). Hij zei, "overmits Ik Mijn leven afleg ... Niemand neemt hetzelve van Mij, maar ik leg het van Mijzelven af" (JOHANNES 10:17,18). Toen Hij aan het kruis genageld werd bood Hij geen weerstand. En toen Hij dicht bij de dood was deed Hij voorbede voor de zondaars (zie LUKAS 23:34). Deze omstandigheden werden eeuwen geleden al precies voorspeld.

Wie zou het Zijn generatie verklaren? "Want Hij is afgesneden uit het land der levenden". Welke familie zou Hij achterlaten? Wie zou Zijn erfgenaam zijn? Het was een tragedie waar elke man in Israël bang voor was. De psalmschrijver dacht aan kinderen toen hij zei: "Welgelukzalig is de man, die zijn pijlkoker met dezelve gevuld heeft" (PSALM 127:5), maar Christus zou er geen hebben en had daardoor een slechte reputatie onder de mensen.

"Afgesneden". Zijn leven eindigde abrupt. Het was een gewelddadig einde, een voortijdig einde. Dit woord "afgesneden" beschrijft het zo treffend. Ieder detail is hierin beschreven.

"En met de overtreders is geteld geweest." Hij was bekend als een vriend van het volk en de zondaren. Hij stierf tussen twee criminelen (JOHANNES 19:18) en tenslotte deelde hij de bestemming van heel de mensheid en werd begraven. "Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest." Hoe kon het gebeuren dat een arme man zo begraven werd en een zodanige oproer kon veroorzaken? Normaal werd het lichaam van gekruisigden in het vuur van Gehenna - het stadsvuil, gegooid. Maar Jozef van Arimathea redde Zijn lichaam en Jezus werd begraven. Zijn lichaam moest begraven en niet weggeworpen worden om de Schrift te vervullen.

Een overwinnend offer

Het was een officiële executie waarvan het gewone volk getuige was en die dramatisch benadrukt werd door drie uur duisternis en een heftige aardbeving. Het was een moment in de geschiedenis, dat verheven was boven alle andere momenten.

Maar de geschiedenis eindigde niet met de dood en de begrafenis. De dood van Christus was noch een vergissing, noch een mislukking. Het had een bedoeling.

"Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan." Hoewel Hij geen natuurlijk zaad had, vermeerderde zich Zijn geestelijk zaad zoals Hij gezegd had dat het zou gebeuren. Zijn dood bracht "veel vrucht" voort (JOHANNES 12:24).

Het begon met een "klein kuddeken" (LUKAS 12:32) waaruit "een grote schare, die niemand tellen kon" zal oprijzen (OPENBARING 7:9). Paulus beschrijft zijn zaad in GALATEN 3:26: "Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus".

De gekruisigde zal met succes "vele kinderen tot de heerlijkheid leidende" (HEBREEËN 2:10). Daarom werd Hij "afgesneden". Hij ontwaakte uit de dood en "Hij zal de dagen verlengen". Jezus vervulde geheel en al de wet. De dood kon Hem niet stoppen - "alzo het niet mogelijk was, dat Hij van dezelven dood zou gehouden worden" (HANDELINGEN 2:24). Hij is niet ontsnapt. Hij werd bevrijd. De straf werd volledig benut. "De dood heerst niet meer" over ons daar hij geen heerschappij over Hem had. Wij hebben deel aan de zege daar Hij voor ons opgestaan is. Wij stierven met Hem en stonden met Hem op. Het kruis zou zonder het lege graf een tragische mislukking zijn.

En hoe gedijde de vreugde Gods door Zijn hand! Jezus is de meest succesvolle persoon in de geschiedenis. Zijn koninkrijk doet iedere andere gemeenschap ondergeschikt lijken.

"Door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardigde, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun onrechtvaardigheden dragen." Hem kennen betekent eeuwig leven. Dit is geen feitenkennis of kennis over Hem. Het is een ervaring. Hij stierf voor iedereen, maar alleen zij die Hem aannemen kunnen gerechtvaardigd worden. "door Dezen een iegelijk, die gelooft, gerechtvaardigd wordt ..." (HANDELINGEN 13:39)

"Daarom zal ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen." Dit beeld van de terugkerende veroveraar komt overeen met de Romeinse traditie. Hij is de triomferende held. Hij deelt de eer met zijn soldaten.

Judas spreekt van een grote menigte, als hij zegt: "... Ziet, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen" (JUDAS 14) en iedere knie zal zich buigen.

Toen Jezus zei, "Het is volbracht", was de prijs voor onze verlossing in zijn geheel betaald. Het plan van onze Verlossing was vervuld. Op een dag zal onze Redder terugkijken op al Zijn lijden en op al de zielen die door dit leed verlost werden. Hij zal dan zeggen dat Hij "tevreden" is. De compensatie voor zijn "nood" zal werkelijkheid worden. Op dat moment wil ik erbij zijn en me verheugen in Zijn overwinning. Ik wil het Lam prijzen dat voor mijn verlossing gedood werd.

door: C.M. Ward
Overgenomen uit "Pentecostal Evangel"
Vertaald uit het Duitse "Der vollkommene Plan der Erlösung"