Geen opwekking zonder de geest van gebed

Wil je een opwekking? Dan is deze preek van Charles Finney, die door God gebruikt werd in de grote opwekkingen van de jaren 1800 een absolute aanrader.

Charles FinneyCHARLES GRANDISON FINNEY was waarschijnlijk de grootste opwekkingsprediker die er ooit was. Hij begon als advocaat en na zijn bekering tot evangelist, pastoor, theologieprofessor en schrijver werd hij zijn hele leven gebruikt als een instrument voor nieuwe opwekkingen. De hier door hem gegeven uiteenzettingen zijn uittreksels uit zijn tweede en vierde van zijn beroemde preken over opwekking die hij in de winter van 1834/35 in New York hield. Deze toespraken zijn later gepubliceerd en vormen vermoedelijk de meest invloedrijke en systematische beschouwingen over opwekking. Er zijn twee bestanddelen noodzakelijk om een opwekking te promoten: de ene door mensen te beïnvloeden en de andere door God te beïnvloeden. De waarheid wordt aan-gewend om mensen te beïnvloeden en gebed om God te bewegen. Wanneer ik over het bewegen van God spreek, bedoel ik niet dat gebed een verandering in Gods gedachten, zijn houding of karakter doet ontstaan. Het gebed verandert ons zodanig dat God bewogen wordt iets te ondernemen, anders zou Hij inconsequent zijn. Als de zondaar boete doet, kan die veranderde gemoedstoestand God zo behagen dat Hij hem vergeeft. God is altijd bereid geweest hem onder deze voorwaarde te vergeven zodat, als de zondaar van gevoelens verandert en boete doet er geen verandering in gezindheid van Gods kant nodig is om hem te vergeven. Het is het boete doen van de zondaar die het God mogelijk maakt om hem te vergeven en Hem de gelegenheid geeft, om te handelen, zoals Hij doet.

Zo ook, indien de kinderen Gods vurig bidden, zijn ze in de juiste gemoedstoestand die het God mogelijk maakt hen te verhoren. Hij is altijd bereid diegenen te ze-genen die de juiste hartsinstelling hebben en op de juiste manier bidden.

Gebed is deel van een keten van oorzaken die tot een opwekking leiden en is net zo belangrijk als de verkondiging van de waarheid. Velen hebben ijverig het evangelie gepredikt om de mensen tot een ommekeer te bewegen, maar hebben daarbij te weinig nadruk gelegd op het gebed. Ze hebben ijverig gepredikt, met individuen gesproken en traktaten uitgedeeld; maar tot hun verbazing met weinig succes. De reden waarom ze niet meer konden uitrichten was dat ze het andere hulpmiddel, een vurig gebed, verwaarloosden. Ze vergaten dat de waarheid nooit zijn effect zal hebben zonder de Geest van God.


In deze opwekking overheerste, zoals ook in eerdere opwekkingen, een geest van gebed. We hadden iedere dag om 11 uur gebedsbijeenkomsten in verschillende huizen.

Ik herinner mij nog dat in één van deze bijeenkomsten een . S, kassier van een plaatselijke bank, zo bewogen was door de geest van gebed (we waren allen neder geknield) dat hij niet meer op kon staan.

Hij bleef geknield huilen in pijn voor zielen. Hij zei: "Bid voor .....", de directeur van de bank waar hij werkzaam was. De directeur was een rijke, onbekeerde man.

Toen de anderen zagen dat zijn ziel geboorte pijnen voor deze man doorstond, knielden de anderen ook neder en worstelden in gebed voor zijn bekering. Zodra S. gedachten rustig genoeg waren zodat hij naar huis kon gaan, trokken wij ons terug. Korte tijd daarna sprak de bankdirecteur zijn hoop uit in Jezus Christus. Tot dan toe, was hij zover ik weet nog nooit naar een bijeenkomst geweest en had zich nooit zorgen gemaakt over zijn redding.

Maar gebed nam het over en weldra nam God de zaak in eigen hand.

Deze opmerking werd door Finney gemaakt in zijn 'Memoires' betreffende zijn verslag over de Opwekking in Troy, die in 1826 begon (Londen, 1876, pagina's 104-5).


Soms komt het voor dat diegenen die het meeste voor de verspreiding van de waarheid zorgen, zich niet in dezelfde mate aan het gebed wijden. Dit is verschrikkelijk, tenzij ze een geest van gebed hebben of dat iemand anders hen in gebed hoog houdt; zal het preken van de waarheid de onboetvaardigheid van de heidenen alleen maar versterken.

Een opwekking kan worden verwacht wanneer de christenen een geest van gebed voor een opwekking hebben. Dat wil zeggen, wanneer ze zo bidden alsof de zaak werkelijk aan hun hart ligt. Soms zijn christenen niet overgegeven aan een doordringend gebed voor een opwekking, zelfs niet wanneer ze warm worden in gebed.

Hun gedachten zijn ergens anders, ze bidden ergens anders voor - de redding van de heidenen en dergelijk - en niet voor een opwekking onder hen zelf. Maar wanneer ze een drang voelen voor opwekking dan bidden ze ervoor, ze voelen voor hun families en omgeving en bidden voor hen alsof ze niet geweigerd kunnen worden.

Waaruit bestaat de gebedsgeest? Uit vele gebeden en warme woorden? Nee. Gebed is een hartstoestand. De gebedsgeest is een voortdurend verlangen en zorg van de geest voor de redding van de zondaren. Het is iets wat hen tot een last op de schouders is. Het is hetzelfde wat de filosofie van de geest betreft als wanneer een mens verontrust is vanwege een of andere wereldse zaak. Een christen die deze gebedsgeest heeft, voelt deze bezorgdheid voor zielen. Zijn gedachten zijn er voortdurend mee bezig en hij ziet eruit en handel als iemand die een zware last op het hart heeft. Hij denkt er de hele dag aan en droomt er 's nachts over. Dit is met andere woorden, "bidden zonder ophouden." Zijn gebeden lijken uit zijn hart te vloeien als water: "O Heer, wek op Uw werk!"

Soms zit dit gevoel zeer diep; personen worden zo neergebogen dat ze niet meer kunnen zitten of staan. Het gevoel is niet altijd zo overweldigend maar deze dingen komen vaker voor dan men denkt. Tijdens de grote opwekkingen van 1826 waren ze heel normaal. Het is geen enthousiasme, maar het is hetzelfde wat Paulus ondervond toen hij zei: "Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren..."

Deze smart van de ziel is die diepe worsteling die personen voelen wanneer ze God aanhouden voor een zodanige zegening en Hem niet loslaten totdat ze het ontvangen hebben. Ik bedoel hier niet mee duidelijk te maken dat de essentie van een gebedsgeest is, dat de nood zo groot moet zijn. Maar dit diepe voortdurende ernstige verlangen voor de redding van zondaren is waaruit de geest van gebed om een opwekking bestaat.

Als dit verlangen in een gemeente be-staat, tenzij de Geest Gods door zonde bedroefd wordt, dan zullen er stellig bekeringen tot God plaatsvinden. Dit vurige verlangen stijgt meer en meer totdat eindelijk de opwekking komt...

Over het algemeen zijn er maar weinig religiebeoefenaars die iets afweten van deze geest van gebed die overwint bij God. Ik heb vaak met verbazing zulke berichten over opwekkingen gelezen waaruit men de indruk krijgt alsof deze opwekkingen zonder enige aanleiding gekomen waren - niemand wist waarom of waartoe. Ik heb soms navraag gedaan bij zulke gevallen wanneer ogenschijnlijk niemand ergens iets vanaf wist. Totdat op een Sabbat de gemeente bemerkte dat God in hun midden was; of ze zagen het in hun conferentiezaal of gebedsbijeenkomst en waren verbaasd over de geheimzinnige, soevereiniteit van God die zonder enige duidelijke aanleiding een opwekking teweegbracht.

Welnu, let op wat ik u zeg! Ga eens informeren bij de onopvallende leden van de gemeente en je zult altijd iemand vinden die voor een opwekking heeft gebeden en deze heeft verwacht - een of andere man of vrouw heeft zeer vurig voor de redding van de zondaars gebeden; totdat de zegen werd verkregen. Deze persoon heeft misschien iedereen uit hun slaap gehaald, zodat ze opsprongen, zich in de ogen wreven en niet helemaal konden begrijpen waar die plotselinge opwinding vandaan kwam. Zelfs wanneer zo weinigen hun verantwoordelijkheid kennen wat betreft een opwekking, kunt u er vast van overtuigd zijn dat iemand op de toren de wacht gehouden heeft en niet opgehouden heeft te smeken, totdat de zegen er was. Gewoonlijk is een opwekking min of meer uit te breiden als er minder of meer personen zijn die de geest van gebed hebben.

door Charles Finney

Bron: Revival Movement Association