Gaven van de Geest

Generaal Booth; uit de "Strijdkreet,"  14 maart 1885

MIJN LIEVE KAMERADEN,-

Grote aandacht wordt er recentelijk geven aan wat bekend staat als de buitengewone "gaven van de Geest;" dat wil zeggen, de bekwaamheid iets te doen wat buiten het vermogen van de mens ligt, zonder de directe werking van God. De Apostelen bezaten deze gaven zonder enige twijfel........! Zij hadden de gave van tongen; dat wil zeggen, zij ontvingen plotseling de kracht te spreken in talen die ze nooit geleerd hadden. Ze hadden de gave van genezing; dat wil zeggen, ze genazen de zieken, opende de ogen van de blinden, opende de oren van de doven en wekte ogenblikkelijk de doden tot leven op, zonder gebruik te maken van alledaagse middelen. Ze deden wonderen en veroorzaakten gebeurtenissen die tegenovergesteld waren aan de natuurlijke gang van zaken. Dit waren zeer opmerkelijke gaven die bevestigden dat God met hen was, omdat geen mens deze dingen kan doen tenzij God direct door hem werkt. Deze gaven waren nuttig, voor zover ze de aandacht vestigden op degenen die ze bezaten en verklaarden dat de missie van deze officieren goddelijk was,...... . Vanwege deze reden waren ze belangrijk voor de wereld en bezit ervan vandaag zou een grote zegen voor de mensheid zijn. Er bestaat geen woord in de Bijbel dat zegt dat we ze niet in deze tijd mogen hebben. En niets toont aan dat ze tegenwoordig niet zo nuttig zouden zijn als in vroegere periodes van de kerkgeschiedenis. Geen mens kan daarom veroordeeld worden ze te begeren en de recente en opmerkelijke tekenen en wonderen onder ons aanwezig eisen niet alleen maar onze meest diepgaande en sympathieke overweging, maar krijgen dit ook werkelijk.

Uit de HQL-9812, p. 31