Als ik ziek was en genezen zou willen worden

1. Ik zou het mezelf inprenten dat God er is om te genezen. De missie van Jezus laat dit zien. Hij genas mensen omdat Hij meevoelend was.

2. Ik zou mijn hart richten om er zeker van te zijn dat ik niet bewust in ongehoorzaamheid leef. Bekering is altijd de kortste weg naar God. De enige plaats waar vergeving gevonden kan worden is bij God en ik moet dit in puur geloof accepteren. Kijk nooit naar je zonde, zonder naar het kruis te kijken.

3. Ik zou proberen de bedoeling en reden voor mijn ziekte te vinden. God gebruikt deze situaties vaak om ons iets te vertellen. Iets in mijn leven zou misschien niet in evenwicht kunnen zijn. Misschien sluit ik me af voor mensen. Misschien heb ik emotionele problemen te overwinnen. Ik zou de ziekte als een excuus kunnen gebruiken om dingen op mijn eigen manier te doen. Wellicht heb ik niet geleerd iedere dag ten volle te leven. Wellicht eet ik te veel.

Wie weet wat God ons zou kunnen vertellen als we maar stil genoeg waren en luisterden?

4. Ik zou gebed vragen voor mijn genezing. Het is niet nodig om hiervoor duizenden kilometers te reizen. Ik kan dit in mijn eigen gemeente doen want God heeft daar ambten gezet voor genezing. Er schuilt een speciale kracht in ééndrachtig gebed.

5. Ik zou geloven in Gods genezing, tenzij de Heer mij laat zien waarom ik niet genezen zou worden. Ik zou een positieve houding aannemen, tenzij de Heer mij laat zien dat dit mijn tijd is om te sterven, of dat ik getuchtigd wordt. Ik zou gezondheid op het schild van mijn verstand schrijven. Ik zou niet in het openbaar mijn genezing verkondigen terwijl ik nog steeds ziek ben, maar ik zou de Heer, na gebed, danken dat Hij me geneest. Als de mensen zeggen: "ja, maar je bent nog ziek,” dan zou ik ze vertellen dat ik gebed had gekregen voor mijn ziekte en dat de Bijbel zegt dat mijn genezing onderweg is.

6. Ik zou graag genezen willen zijn, ongeacht hoe de Heer het doet. Een onmiddellijk wonder zou het beste zijn maar ik zou ook gelukkig zijn met een geleidelijke genezing.

7. Ik zou vasthouden aan mijn instelling t.o.v. genezing. Ik zou mijn ziekte niet als een tragedie afschilderen. Ik zou niet bij de ziekte stil blijven staan, erover denken, praten of het anderen laten weten. Ik zou denken aan genezing, gezondheid en sterkte. Ik zou niet steeds zeggen: "Waarom ik?" Dit is de meest beroerde vraag van alle, een verschrikkelijke vijand van een geestelijk leven. Geloof leeft zonder te redeneren. Geloof twijfelt nooit aan Gods liefde.

8. Ik zou in vertrouwen leven. Ik zou niet wachten God te dienen totdat ik perfect genezen ben. Ik zou aanbidden, geven, bidden, helpen, dienen, prijzen en anderen bezoeken met de sterkte die ik heb. In plaats van te denken dat ik iets verloren heb, zou ik vol zijn met ideeën van wat ik nog heb.

Er is nog steeds leven in me. Er zijn nog steeds mensen om lief te hebben en dingen om leuk te vinden. God is goed en ik wil dat mijn instelling dit laat zien!

Vertaald uit het Duits: “Wenn ich krank wäre und geheilt werden wollte”

Bron: 'Pentacostal Evangel'