'Aanklagers' – Onjuist over anderen spreken

In het Nieuwe Testament zijn er twee woorden die met 'lasteraar; aanklager' vertaald worden. Het meest algemene woord is 'Kategeros,' dat samengesteld is uit 'Kata' – wat lager; geringer betekent en 'agerio' – wat bijeenkomen betekent. In samenhang betekent dit: "tegen iemand in de gemeente zijn" of "iemand in de gemeente naar beneden halen."

Het andere woord is 'Diabolos,' dat is samengesteld uit 'dia' – wat door betekent: - en 'ballo' - wat werpen, slingeren betekent. Dus betekent dit woord: "Andere mensen kwetsen door beschuldigingen naar hun hoofd te slingeren of te werpen." In 1 Timótheüs 3:11 wordt dit woord vertaald met "Lasteraar," en elke keer dat het Nieuwe Testament naar satan verwijst, wordt precies dit woord gebruikt: wij kunnen het verband makkelijk zien! Oorspronkelijk betekent het woord "Lasteraar" "Iemand naar beneden halen, of kwaad spreken van iemand in de gemeente.”

De duivel weerstaan

1 PETRUS 5:9 leert ons: "te wederstaan, vast zijnde in het geloof" en dat het geloof komt door het luisteren naar Gods Woord (ROMEINEN 10:17) en dat iedereen in de gemeente naar het Woord van God kan luisteren door hun broeders en zusters. Als we alleen maar kijken naar de fouten van anderen, is onze aandacht niet gericht op de overwinning die Gods Woord leert. Afgezien van het herkennen van de overwinningen in Gods Woord, moeten we die in ons eigen leven toepassen door het Bloed van Jezus Christus en vasthouden aan de goede getuigenis van het geloof. De meeste mensen doen dat niet alleen ter ere van God, maar ook omdat ze een ellendig leven onder satans heerschappij haten.

Er is echter een ander aspect m.b.t. de activiteiten van satan dat niet zo makkelijk te herkennen en daarom te voorkomen is. Dit heeft een grote invloed op de ontwikkeling van de geestelijke kracht van een gemeente en het groeiproces van de hele gemeente.

Daarbij komt het erop aan hoe een christen spreekt en of hij kritiserende woorden of beschuldigingen gebruikt (JAKOBUS 3:5-10). Daarom is er verdeeldheid onder christenen, die de hevige aanvallen van satan veel beter zouden kunnen weerstaan als ze in geloof verenigd zouden zijn. Wat net zo slecht is, is dat het een negatief en afbrekend beeld geeft van de gemeente. Bovendien vertegenwoordigt de gemeente onze eigen geestelijke hulp en ondersteuning.

Jezus beschrijft deze kritiek en beschuldigingen als “ijdele en nutteloze woorden” (d.w.z. woorden die niet gebruikt worden met het doel om de toehoorder te bedienen in liefde en genade) en zegt dat de mensen op de jongste dag verantwoording moeten afleggen voor elk ijdel woord dat ze spreken! MATTHÉÜS 12:34-37 wijst op het feit dat zulke woorden voortkomen uit een satanisch hart en dat wij gerechtvaardigd of verdoemd zijn door de woorden die we spreken.

HET GEBRUIK VAN DEZE WOORDEN IS NET ZO GEVAARLIJK ALS HET BEGAAN VAN ‘KLEINERE’ ZONDEN!

JEZUS LUISTERT NAAR ALLES EN EIST REKENSCHAP!

Wees niet de knecht van Satan

Satans oorspronkelijke titel betekent “aanklager.” In OPENBARING 12:10 wordt naar hem verwezen als de aanklager van de broederen en in JOB 1:9-11 blijkt hij de aanklager te zijn. Beschuldigingen in de gemeente, zij het van individuen, zij het van de gemeente zelf, zijn het werk van satan. Hij kan immers de lippen van onbedachtzame en ongeestelijke christenen misbruiken. Door gehoorzaamheid aan de leer van Jezus kunnen kritiek en beschuldigingen voorkomen worden.

Hij leert ons om onenigheid onder vier ogen uit te zoeken - "tussen u en hem alleen" - MATTHÉÜS 18:15.

We moeten elkaar vergeven, indien nodig 490 keer (MATTHÉÜS 18:22). We moeten dit doen om satans beschuldigende invloed van de gemeente af te houden.

Paul verklaart dat vergevensgezindheid, stichtelijke en opbouwende liefde onder elkaar essentieel is voor de gemeente (2 KORINTHE 2:8-11).

Elke gelovige in de gemeente moet er voor zorgen om geen beschuldiging tegen Gods gemeente of een individu mee te dragen. Luisteren niet naar deze beschuldigingen. Als hij dat wel doet, dan zegt hij wat satan wil horen of hij hoort wat satan tegen hem wil zeggen; in plaats van naar de woorden van Jezus Christus te luisteren of daarvan te spreken, wat opbouwend is, troost geeft en versterkt.

1 PETRUS 4:11 verklaart, "Indien iemand spreekt, die spreke als de woorden Gods." GALATEN 3:5 laat zien dat de dienst van de Heilige Geest en de werking van de wonderen onder ons het resultaat van prediking van het geloof is.

Vertaald uit het Duitse: "Verleumder: Schlechte Dinge über andere sprechen"