Bevrijd van demonen en drugsverslaving

Alica - Coffs Harbour, Australië


Photo of Alica

Hallo allemaal,

Dit is mijn getuigenis over Gods superieure macht en verlossing en dat wil ik graag met je delen.

Ik groeide op op het platte land in een schijnbaar gelukkig gezin. Op mijn dertiende verhuisden we naar de stad en van af dat moment ging het bergaf met mijn leven. Ik maakte nieuwe vrienden en we gingen van alles uit proberen. Het begon met het stelen van papa’s bier en dronken worden in het park, maar al snel deden we aan seances (geesten contacteren d.m.v. een ouija bord) op verjaardagsfeestjes. Eerst werd er nog gedacht dat we elkaar voor de gek hielden, maar dat was dus niet zo; we bevonden ons werkelijk in een geestelijk gebied! We gingen ook marihuana roken en rond hangen met veel oudere jongens.

Ik werd aangetrokken door de geestenwereld en verdiepte me er in, keek films over bezeten mensen en wilde seances in mijn eentje doen, want ik wist dat ik alleen maar een geest hoefde uit te nodigen. Hoewel ik wist dat dit onveilig was, deed ik het toch! Vanaf dit punt ging ik veel meer drinken en roken, meer tijd op feesten en braspartijen door brengende dan naar school. En zelfs op school rookten we marihuana. Mijn gemiddelde zakte van negens naar vieren en al snel was ik de nachtmerrie van de leraren. Uitschot was ik. Tijdens mijn tiende schooljaar (ik was toen nog steeds dertien) verwaarloosde ik school vanwege mijn wilde levensstijl. Van school veranderen hielp ook niet, op mijn nieuwe school ging het ook mis. Mijn familieleven was schokkend. Mijn ouders hielden veel van mij, maar ik misbruikte ze. Ik maakte ruzie met mijn zus en mijn ouders. Mijn zus trok uit op haar 15de en ik op mijn 16de.

Ik trok in bij mijn vriendje. Ik wist toen nog niet dat ik in een huis vol drugsverslaafden terecht zou komen, maar binnen een paar maanden zat ik al aan de amfetamines. Ik zag een vriend zichzelf injecteren en ik dacht natuurlijk dat ik dat ook kon. Ik bleef drie dagen wakker. Het leven leek prachtig, maar door nuchtere ogen gezien, was het een doffe ellende.

Op mijn 17de ging ik rondreizen door Australië. Gedurende 3 jaar bleef ik drugs gebruiken, drinken, vreemde mannen ontmoeten en feesten. Nu bereikte mijn leven zijn dieptepunt en in deze periode ontmoette ik een meisje met wie ik een tijdje rondreisde. Feesten en drugs deden we samen, maar na een vakantie, kwam ze terug en vertelde me dat zij als christen gedoopt was. Het deed me eigenlijk niets en ging gewoon door met mijn eigen gore leventje.

In februari 2007 werkte ik in Melbourne en bracht mijn weekenden door in clubs en met drugs. Op een morgen ontmoetten we mensen die ons gratis drugs gaven. Ik wilde dat eigenlijk niet maar kon de verleiding niet weerstaan. We bleven de hele nacht wakker en ’s ochtends was ik helemaal paranoia. Dit was eigenlijk normaal voor mij als ik speed gebruikte, maar nog nooit was het zo heftig. Ik zei tegen een vriend dat ik erg bang was maar wist niet waarvoor. Ik ging naar de badkamer, maar toen ik in de spiegel keek, herkende ik mezelf niet. Ik zei tegen mezelf dat ik hulp nodig had, niet wetende was er mis was, of waar ik die hulp moest vinden.

Ik verliet het huis in een poging aan alles te ontsnappen. Terugdenkende aan de recente gebeurtenissen, realiseerde ik me dat ik demonisch bezeten was.

Na een tijdje belde ik deze vriendin die een christen geworden was. Ik vertelde haar van deze manifestaties, ook al wist ik niet of ze me zou geloven.

Zij belde een christelijke vriend voor hulp en die kreeg ze. Zij las mij schriften uit de Bijbel voor. MATTHÉÜS 4:23-24 En Jezus omging geheel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale onder het volk. En Zijn gerucht ging van daar uit in geheel Syrie; en zij brachten tot Hem allen, die kwalijk gesteld waren, met verscheidene ziekten en pijnen bevangen zijnde, en van den duivel bezeten, en maanzieken en geraakten; en Hij genas dezelve."

Op dat moment realiseerde ik me dat als er een duivel is, er ook een God moet zijn. Ik concludeerde dat alleen Jezus mij kon bevrijden van deze boze geest en ik had alleen ZIJN hulp nodig.

De volgende dag, maandag, wilde ik de stad in om een kerk te vinden die mij kon helpen. Mijn vriendin wilde mee, om op me te letten, maar ik wilde niet dat ze me zo zou zien. Dus ik ging alleen, denkende dat ik de geest in bedwang kon houden. Tot mijn schrik lukte dat niet en lopende door de straten begon ik te grommen en schreeuwen. Ik probeerde mijn gezicht te bedekken, maar toch trok dit jonge meisje de aandacht met haar luid geschreeuw terwijl ze zich door de straten spoedde. Ik trof een gesloten kerk en nu ging ik echt janken als een wolf. De volgende kerk was ook dicht, maar toen ik aan belde bij het naast gelegen huisje werd open gedaan en ik vroeg naar de pastor. Iedere keer als ik naar het kruis keek, jankte ik nog harder. Ik ging zitten met de man en vertelde mijn verhaal. Ik kon me niet concentreren op het Bijbel lezen; deze geest gaf niet snel op.

Ik bleef maar huilen en schreeuwen, zo hard dat de mensen op de straat me konden horen. Twee beambten die mij hoorden in het voorbij gaan, probeerden te helpen. Zich realiserende dat zij niets konden doen, belden zij 2 zusters, die vervolgens de ambulance belden. Onder geen voorwaarde kregen ze mij naar een ziekenhuis! De politie werd ook gebeld, maar ik gaf niet op. Ik greep een hek en die liet ik niet meer los. Ik zei dat ze mijn vriendin moesten bellen en zij kwam naar de plek. Samen gingen we de ambulance in en reden weg met loeiende sirenes. Ik wist welke hulp ik nodig had en ik zou het niet van hen krijgen.

Ik werd opgesloten in een cel van een psychiatrisch ziekenhuis. Door een raampje keken de doktoren en zusters naar me. Er waren 6 zusters voor nodig om mij een kalmerend middel te injecteren, terwijl ik schreeuwde en me hevig verzette. Ik smeekte hen mij geen medicamenten te geven, maar uiteindelijk stortte ik uitgeput in een. 4 dagen zat ik opgesloten. Mijn vriendin bezocht me iedere dag. Ze zei dat de enige manier om hier uit te komen was door net te doen als of alles normaal was. Ik kon gelukkig de geest een tijd lang in bedwang houden en de arts omschreef mij als een geval van drugs gerelateerde psychose, maar ik wist dat ik bezeten was.

Ik werd er dus ontslagen en was in staat om voor 2 maanden een baantje aan te houden, hopende dat de geest weg zou gaan. Ik ging naar een katholieke kerk voor een uitdrijving, maar zei deden alleen wat olie op mijn hoofd en baden voor mij. Ik wist dat ik nog steeds bezeten was en dat de priester het fout had. Op een namiddag had ik ruzie met mijn vriendin. Zij verliet het werk daardoor eerder en ik een paar uur later. Ik voelde dit ding weer in mijn keel, deed mijn hoofd achter over en liep schreeuwend over de snelweg. Thuis aangekomen wierp ik mezelf op het gras, schreeuwend van de pijn. Ik kon niet gauw genoeg van dit ding af komen. Niet veel later pakten we onze spullen en vertrokken. We reden dwars door de staat en binnen een paar dagen arriveerden we in Coffs Harbour.

Daar ontmoette ik de andere christenen, die eerder mijn vriendin geholpen hadden, en we praatten over het Woord van God. Ik wist dat alleen Jezus me redden kon en ik wilde niets liever dan dat. Ik was bereid mijn leven op te geven voor Hem als Hij me van deze boze geest zou verlossen. Tijdens het prediken, knikte mijn hoofd weer naar achter en kreeg ik weer een aanval. Na vele schriften en vragen kon ik niet meer tegen de pijn en wilde alleen nog maar gedoopt worden en de gave van de Heilige Geest ontvangen zoals in HANDELINGEN 2:38 "...Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen."

We gingen naar het strand waar ik gedoopt werd door volledige onderdompeling. Ik zag mezelf als of ik vervuld werd met licht en ik ontving de Heilige Geest terwijl ik nog in de zee stond. Ik realiseerde me dat ik niet meer bezeten was door deze enge geest, maar was vervuld met de geweldige Geest van God. Ik was onmiddellijk vrij gezet en had geen pijn meer! Ik kon alleen nog maar lachen en God prijzen voor Zijn gift van verlossing.

Ik dank en prijs Hem nog steeds voor Zijn macht over satan waardoor ik vrij gezet ben.

Ik had nooit ontwenningsverschijnselen van de drugs en ben nu een nieuw schepsel in Christus. “Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 KORINTHE 5:17). Sinds ik besloten heb God te volgen, heeft Hij me geleerd hoe een schoon leven te leiden. Hij vergaf mijn zondige leven volkomen en dit is juist waarvoor Christus gestorven is! “God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.” (ROMEINEN 5:8)  

Ik heb geleerd om God met heel mijn hart te vertrouwen en weet dat ik door het geloof in Hem gered ben.

Liefs in Christus,
Alica

Post new comment