De Doop

De betekenis van het woord

Om uitleg te kunnen geven over het grote belang van de DOOP als christelijke ervaring, is het nodig de betekenis en het algemene gebruik van het woord in het Nieuwtestamentische Grieks volledig te begrijpen. Over dit punt bestaat geen twijfel. Echter, over het belang van de doop als doctrine bestaan er tegenstellingen.

BAPTIZO in het Nieuwe Testament heeft betrekking op zowel de doop in het water als in de Heilige Geest. Terwijl andere uitdrukkingen, zoals “de doop van het lijden” ook worden gebruikt. De kinderdoop komt niet voor in de schriften.

BAPTIZO komt van BAPTO: onderdompelen in water of verven; en BAPTIZO betekent: onderdompelen, dopen, zinken, overstelpen; zoals het onder water gaan bij een schipbreuk; onderdompelen wanneer men zich aan het baden is; of het verven van een kledingstuk in een nieuwe kleur.

In het Oude Testament Septuaginta (Griekse Oude Testament); 2 KONINGEN 5:14, wordt van Naäman beschreven; hoe hij zichzelf zeven maal onderdompelde; d.w.z. BAPTIZO, in de jordaan. In het Nieuwe Testament werden bekers en kannen gereinigd door ze onder te dompelen of te dopen - BAPTIZO, in water (MARKUS 7:4, LUKAS 11:39).

Het Nieuwe Testament Grieks staat de uitleg van besprenkelen, in plaats van doop door onderdompeling, niet toe. - Een geheel ander woord beschrijft besprenkelen - RATISMOS. Het woord wordt gebruikt voor besprenkelen met bloed, wat wijst op de reiniging volbracht door het bloed van Jezus (HEBREEËN 12:24; 1 PETRUS 1:2).

In HEBREEËN 6:2 wordt verwezen naar de leerstellingen van BAPTISMOI of BAPTISMA -verschillende vormen van reiniging, zie ook HEBREEËN 9:10. Hier wordt verwezen of naar ceremoniële wassingen uit het Oude Testament (De vleselijke reiniging uitgevoerd onder de rituelen van Mozes), of zelfs naar doop door onderdompeling (MATTHÉÜS 28:19), en doop in de Geest: (HANDELINGEN 1:5) zelfs doop in het lijden (MATTHÉÜS 20:23).

De doop in het Oude Testament

In de context van het Oude Testament, wordt de doop gebruikt in verband met verschillende reinigingen in de verordeningen en rituelen voor de eredienst in de tabernakel en de tempel. Reiniging door water was vereist voor:

(a) Priesters, voor het binnengaan van de tabernakel; (ÉXODUS 30:17-21). Aäron en zijn zonen werden geheel gewassen in water voor hun heiliging tot het priesterschap (ÉXODUS 29:4; LEVITICUS 8:6).

(b) De Hoge Priester op de Grote Verzoendag (LEVITICUS 16:23-24).

(c) Mensen, die volgens de wetten onrein zijn (LEVITICUS 14,15).

(d) Melaatsen voor ze terugkeren naar het kamp van de mensen (LEVITICUS 17:15; 22:4-6; 13:8-9).

"Het water der afzondering" was vereist voor alle mensen om in de "vergadering van de kinderen Israëls" te blijven (zie NUMERI 19).

Dit gebruik van water in Oud Testamentische rituelen werd altijd verbonden met het naderen van mensen tot de God van Israël om Zijn genade en zegening te verkrijgen.

In Israël moesten deze BAPTISMOI, als voorbeeld of blauwdruk, voor een deel als "schoolmeester", ertoe dienen, om hen tot Christus te brengen.

Volgens de overeenkomst van Israël dat zij als één natie God zouden gehoorzamen en dienen, eiste Mozes dat de mensen zichzelf heiligden en wasten. Dit was een verordening tot nationale heiliging voor een driedaagse periode. Op de derde dag zei God dat hij neer zou dalen voor de ogen van de natie Israel, op de berg Sinaï.

"...en het geschiedde op den derden dag, toen het morgen was, dat er op den berg donderen en bliksemen waren, en een zware wolk... omdat de Heere op denzelven nederkwam in vuur...."sprak Mozes, en God antwoordde hem met een stem." (ÉXODUS 19:10-25).

In het Oude Testament kon geen enkele mens God dienen tenzij hij rein was (NUMERI 8:7). Eveneens, in het Nieuwe Testament, kan geen mens Jezus als Heer dienen tenzij hij vrij is van de smet en grip van de zonde.

Voor het ingaan in de dienst, werden Aäron, de aangestelde Hogepriester, en zijn priesterzonen gewassen in water (LEVITICUS 8:6), en gezalfd met olie (symbolisch voor de zalving van de Heilige Geest), van top tot teen over hun hoofden en baarden, tot en met de zomen van hun kleden, helemaal tot aan hun voeten (PSALM 133; ÉXODUS 29:7).

Aäron als Hogepriester over de mensen van Israël was ook bevolen zijn lichaam te wassen op de Heilige Plaats.

Het hele voorbeeld van onreinheid en zonde en de noodzaak van het wassen (in water) wordt verklaard in het Oude Testament - "Maar indien hij (een ziel) die niet wast, en zijn vlees niet baadt, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen" (LEVITICUS 17:16).

Op dezelfde wijze beveelt Jezus, "Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd (niet gehoorzaamt) hebben, zal verdoemd worden" (MARKUS 16:16). De last van zijn ongerechtigheid zal daarom, op hem blijven - de dood zal heersen.

In 1 KORINTHE 10:1-3, maakt Paulus gebruik van het historische verhaal van Israël als de natie die door de Rode Zee ging en van de Wolk die de doop van de natie in water en geest representeerde.

Toen Jezus te midden van zijn mede Judeërs (Joden) wandelde, bezat het ceremoniële wassen niet langer de echte betekenis (anders) dan die van een uiterlijke show van liturgische reinigingen, zo vol van regels en formaliteiten dat ze hun betekenis verloren hadden (MARKUS 7:4-5).

Een voorbeeld van een ceremonie die wel meer betekenis inhield, betrof de doop van bekeerlingen tot Judaïsme. Hierin werd de heidense bekering geïllustreerd door totale onderdompeling. Eerst moest hij rechtop zitten tot zijn nek in het water en dan zichzelf onderdompelen in het water om hem te identificeren als te zijn gereinigd van alle bedoezelingen door het heidendom. Dus was het mogenlijk voor hem om schoon, een nieuwe relatie met de mensen van Gods verbond aan te gaan.

Misschien kunnen we uit deze gebruiken zien dat dopen niet iets is door Johannes uitgevonden maar iets dat hij hersteld en opnieuw ingesteld heeft in contrast tot de verdraaide onzin binnen het Farizeese Judaïsme.

Ceremonieel wassen (Baptismoi) uit het Oude Testament had alleen maar effect als uiterlijke reiniging en "die (God daarmede) den dienst pleegde, niet konden heiligen naar het geweten" (HEBREEËN 9:9).

De doop van Johannes

Toen Johannes uit de woestijn kwam, verkondigde hij de doop van boetvaardigheid, hij was een revolutionair die was voorbereid om 400 jaar van priestelijk formalisme omver te werpen; een radicaal, "De stem des roependen in de woestijn" (MATTHÉÜS 3:3) Het Woord van God kwam tot Johannes in de woestijn opdat hij bekering zou gaan prediken en de spoedige terugkeer van de Messias zou verkondigen: "Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen".

Het interessante is dat zelfs de Farizeeën en Sadduceeën de doop van Johannes erkenden. Zij kwamen, om zijn doop te "zien" en werden openlijk berispt door hem: "Adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn? Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig" (MATTHÉÜS 3:7-8).

"Maar wat zijt gij gaan zien?"

Het is zeer waarschijnlijk dat deze "houders van de wet" wisten dat hun "verscheidene reinigingen" doelden op de reiniging die Jezus brengen zou. Zij vroegen Johannes "waarom doopt gij dan, zo gij de Christus niet zijt, noch Elias, noch de profeet?" (JOHANNES 1:25).

Johannes antwoorde simpelweg dat hij de "stem" was, verkondigende dat de sterkere zou komen en zal dopen met de Heilige Geest en vuur (MATTHÉÜS 3:11; JOHANNES 1:29-34).

Later vraagt Jezus op zijn beurt aan de Farizeeën: "De doop van Johannes, van waar was die, uit den hemel of of uit de mensen?" (MATTHÉÜS 21:25, MARKUS 11:30, LUKAS 20:4).

Ze durfden niet te antwoorden! Indien zij zouden zeggen: "uit de mensen" dan zouden de mensen hen verwerpen en als zij zouden zeggen: "uit den hemel" waarom onderwierpen zij zich hier dan niet aan (LUKAS 7:30).

Alleen de mensen erkenden Johannes als een profeet.

Toen Jezus tot Johannes kwam om zich te laten dopen, identificeerde hij zichzelf met de waarde van boete doen (hoewel hij geen boete nodig had). Ook identificeerde Hij zichzelf als mens. "Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?" zei Johannes. "Laat nu af; want aldus betaamt ONS alle gerechtigheid te vervullen" (MATTHÉÜS 3:15).

Inderdaad, Jezus vervulde door de doop van Johannes in water de eisen van de levitische wet in Zijn heiliging als priester; toen hij ongeveer "dertig jaren oud" was (NUMERI 4:3; NB. LUKAS 3:23).

Verder was zijn zalving in de Heilige Geest een perfect voorbeeld voor wat de zalveolie voor de priesters van Mozes was (ÉXODUS 29:4-7; LEVITICUS 8:6-12-36; PSALM 133).

De doop van Jezus

"Toen kwam JEZUS van Galiléa naar de Jordaan, tot Johannes, om van hem GEDOOPT te worden. Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij? Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu af: want aldus betaamt ONS alle gerechtigheid te vervullen" (MATTHÉÜS 3:13-15).

En zo werd Jezus gedoopt door Johannes (ondergedompeld in het water van de Jordaan en kwam weer uit het water). Waarom? Wat voor zonde had Jezus te bekennen of te berouwen? Want dat was inderdaad een vereiste voor allen die tot Johannes kwamen: boete en bekennen van zonden. Maar waarom Jezus? "die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden" (1 PETRUS 2:22).

Dat Jezus gedoopt werd door Johannes was bewust en opzettelijk als een voorbeeld en patroon gesteld, die alle gelovigen geacht worden te volgen.

"...dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen" (1 PETRUS 2:21) "Aldus betaamt het ONS", zei Jezus, "alle gerechtigheid te vervullen".

Aldus betaamt het ONS - in dit of in andere dingen is het passend dat wij Jezus als voorbeeld volgen om alle gerechtigheid te vervullen of compleet te maken. Een gerechtigheid die, als gelovigen in Christus Jezus, alleen maar aan ons kan worden toebedeeld, als wij ons gehele vertrouwen en geloof in hem stellen.

"...gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus" (ROMEINEN 5:1).

De belangrijkste reden waarom wij als gelovigen onszelf offeren in de doop is ten eerste: om geïdentificeerd te worden met Jezus en ten tweede: om alle gerechtigheid te completeren of te vervullen door een uiterlijke daad van gehoorzaamheid en innerlijke gerechtigheid, door de genade van God verkregen.

Jezus bezat altijd binnenin zichzelf de gerechtigheid (en vrede) met Zijn Vader. Echter, door Zichzelf te offeren voor de doop van Johannes, liet Jezus het in vervulling gaan; Hij maakte zijn innerlijke gerechtigheid compleet met de uiterlijke daad van gehoorzaamheid naar de wil van Zijn hemelse Vader.

Aldus, toen Jezus gedoopt werd, opende de hemelen zich boven hem, en Hij zag de Geest van God nederdalen als een duif en als licht op Hem En zie, een stem uit de hemelen zeide, “Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!" (MATTHÉÜS 3:16-17).

“Aldus, betaamt het ONS....”

Christelijke doop

De Christelijke doop in water overtreft en vervangt nu de doop van Johannes. De doop van Johannes was slechts een tijdelijk hulpmiddel om boete en het belijden van zonden weer te geven. Jezus zorgde voor de complete gerechtigheid. Dus, voor de "Christelijke" gelovige geeft de doop niet alleen boete en het belijden van zonden weer maar moedigt de identificatie aan, door geloof, in de verzoening met de opstanding uit de dood van Jezus. Het is een uiterlijke expressie van gehoorzaamheid tegenover God, de innerlijke wens van een boetvaardig hart te bekrachtigen.

Elke kandidaat voor de doop moet eerst geleerd of onderwezen worden aangaande het evangelie van verlossing; hij moet de keuze hebben gemaakt boete te doen over zonden, en met het gehele hart vertrouwen in de verzoenende dood, de wederopstanding en de hemelvaart van Jezus als Heer. En verder in staat zijn door onderwerping aan de doop, God te antwoorden met een rein geweten. Deze voorwaarden sluiten automatisch zuigelingen uit.

Een zuigeling:kan niet worden geleerd of onderwezen worden;
 is niet in staat boete van zonde te doen;
 kan op geen manier geloven in Jezus; en
 kan niet antwoorden met een goed geweten.

Voetnoot over deze artikelen

Ontelbare academische artikelen waren voorhanden met betrekking tot de waterdoop. In Feite is de beweging naar waterdoop veeleer een resultaat van boete doen dan van technisch overtuigen. Het principe van doop "na" boete en door "onderdompeling" is onvermijdelijk.

Alle historische vermeldingen indentificeren doop met "onderdompeling". Veranderingen in de tradities van "academisch onderzoek" hebben waterdoop beroofd van haar oorspronkelijke betekenis en eenvoud. Moge dit de lezer eerder helpen tot eenvoud dan tot complicatie.

Bron: 'Voice of Revival' (Stem der Opwekking)